Share

“De kinderen hebben allemaal al gegeten overdag. Wat gaan wij eten?”, vroeg mijn vrouw om niet veel later zelf op te volgen met “Chinees?”

“Ja”, zei ik direct. Daar had ik zin in. Daar heb ik altijd zin in. “Ik zal Wolf afzetten en doorrijden. Bestel jij?”

“Is goed”, kreeg ik terug.

Terwijl ik doorreed, dwaalde mijn hoofd af naar cijfers. Vijf kilometer enkel, dat is tien kilometer heen en terug. Mijn camionette verbruikt tien liter per honderd kilometer, dus da’s exact één liter brandstof om achter de bestelling te rijden.

Eén liter brandstof. Dat zijn drie blikjes. Dat is meer volume aan brandstof dan wat ik ga afhalen. Omdat ik dit voertuig gebruik om dat eten te halen, verblaas ik één liter brandstof. Wil ik dat wel, vind ik dat ok?

Hoe vaak beslis ik – waarschijnlijk meestal onbewust – dat ik het geoorloofd vind om één liter brandstof (of meer) op te offeren voor iets waar ik op dat moment zin in heb? Ik besefte plots weer hoever ik afsta van het mij steeds bewust zijn van wat ik gebruik van deze aarde. Mijn hoofd doet er nog een schepje bovenop door snel mee te delen dat het op jaarbasis om een duizend tot tweeduizend liter gaat, afhankelijk van de kilometers die ik doe. Enkel voor dit voertuig… om nog te zwijgen over de hoeveelheid CO2, fijn stof en andere gezellige stoffen die ik dan uitstoot.

Het is ondertussen weken geleden en het laat mij niet los. Van welk verbruik ben ik mij nog allemaal niet (ten volle) bewust? Welke systemen en abstracties zitten in de weg? Gelukkig is mijn hoofd zo lief om ook in herinnering te brengen wat ik ondertussen wel allemaal zie en doe door minder te werken voor geld, meer stil te staan en bewust te kiezen. Lief genoeg om mij niet veel later ook een schop onder m’n kont te geven dat ik niet (teveel) onderuit moet zakken en best nog wat ruimte heb voor verbetering.

Evenwicht, dat is balanceren tussen niet gek worden en niet onderuit zakken. Ik veronderstel dat dat er enkel achteraf, vanop grote afstand en gemiddeld gezien rustig zal uitzien.

Share